Ik ga nooit naar huis zonder dat ik gelachen heb.
Als Karlijn over haar werk praat, begint ze met een zin die meteen de toon zet: “Ik ga eigenlijk nooit naar huis zonder dat ik gelachen heb.” Het laat zien hoe zij haar werk op de operatiekamer ervaart: dynamisch, intensief en nooit saai. Karlijn woont in Bavel, samen met haar vriend en hun twee zoontjes van drie en zes. Toen ze stopte met de opleiding tot verloskundige, moest ze opnieuw uitvinden wat haar plek in de zorg was. Een nicht zette haar op het spoor van het beroep operatieassistent. “Ik zocht het op en dacht, dit zou wel eens bij mij kunnen passen.” Ze solliciteerde, werd aangenomen en begon aan haar opleiding. Dit was in een periode waarin nog op drie ziekenhuislocaties geopereerd werd. “Ik heb één jaar op elke locatie gewerkt.” Na haar diplomering werkte ze eerst allround en groeide ze door in de algemene chirurgie.
Waar ze het meest tot haar recht komt
Op de OK voelt ze zich het sterkst verbonden met de traumachirurgie. “Dat vind ik het leukst. Met collega’s die ik goed ken, die hun vak verstaan én met wie ik kan lachen.” Dat lachen is voor haar geen detail. Het is een manier om de intensiteit van het werk te dragen en er samen stevig in te staan. Je werkt tenslotte letterlijk dicht tegen elkaar aan. “Je moet tijdens een operatie blind op elkaar kunnen vertrouwen. Dat schept een band.”
Voor elkaar klaar staan
De loyaliteit in het team is groot. De collega’s met wie ze ooit startte, zijn inmiddels zeventien jaar lang haar vrienden. En dat merk je ook in de dagelijkse praktijk: “We zijn altijd bereid om elkaar te helpen. Als je een dienst wilt ruilen, lukt dat eigenlijk altijd.”
Collega’s zijn altijd bereid om een dienst te ruilen
Een tweede rol naast het gezin en de OK
Eén tot twee dagen per week is Karlijn praktijkopleider. Een rol waarvan het belang de afgelopen jaren alleen maar is gegroeid. “Opleiden zit echt in het DNA van het ziekenhuis. De vraag naar nieuwe studenten die kunnen doorgroeien is groot, dus er wordt veel van ons verwacht als opleiders.” Die dagen vult ze met planning, sollicitaties en voortgangsgesprekken. “Ik zorg voor de helicopterview.” Het directe opleiden doen haar gediplomeerde collega’s. Als je operatieassistent bent ben je automatisch ook aan het opleiden. Dat heb ik ook gedaan.
De balans met een jong gezin
Werk en privé combineren is net als voor vele gezinnen een uitdaging. “Met meerdere onregelmatige diensten per maand is het schakelen en vooruit plannen zodat iedereen weet waar hij aan toe is.” Ze probeert bewust ruimte te maken waar het kan. “Op dagen met een late dienst bijvoorbeeld ’s ochtends langer thuis zijn. Ook helpt het dat collega’s altijd bereid zijn om een dienst te ruilen.”
Hoe Karlijn omgaat met de drukte op de OK
Karlijn is niet iemand die zaken mooier voordoet dan ze zijn: “Er wordt veel van ons verwacht. Als je wilt, kun je elke dag extra komen werken.” Toch is overwerken beperkt: dat is goed geregeld. Wanneer een OK programma tot na 5 uur loopt hebben wij een tussendienst (van 8.30-18.00) en een late dienst (van 13.30-23.00) die je dan komt aflossen zodat je op tijd naar huis kunt. Alleen wanneer er teveel OK’s tegelijk uitlopen kan het dus zijn dat je moet overwerken. Maar dat gebeurt bijna nooit. De intensiteit zit vooral in de werkdag zelf. “Werken op de OK is nou eenmaal dynamisch. Er gebeurt heel veel op een dag en het team dat er op dat moment staat zorgt er samen voor dat alles soepel verloopt, daar moet je tegen kunnen”
Waarom werken bij Amphia
Mocht je twijfelen over de stap naar de OK. “Je komt in een warm bad terecht, met heel veel mogelijkheden. We werken in een modern ziekenhuis. Je krijgt bijna alle soorten operaties binnen, ook hoog complexe vraagstukken. Je kunt dus alle kanten op en er is veel ruimte voor groei en ontwikkeling.”